Papa in het kwa-draat Deel 1

Zoals zovelen van ons, ben ik geboren uit een vader en een moeder. Mijn vader koos uiteindelijk voor zijn ‘echte’ gezin: een vrouw en vier (?) volwassen kinderen. Mijn moeder en ik? Die konden de groeten krijgen.
Over hoe mijn moeder dat ervaren heeft, wil ik nog eens schrijven. Voor nu neem ik je mee naar mijn kant van het verhaal.
In de 24 jaar die volgden waren er slechts twee contactmomenten. Drie eigenlijk, als je m’n tweede verjaardag meetelt .Op foto’s zie ik hem zitten tussen ballonnen en taarten. Wat dacht hij toen? Wist zijn gezin ervan? 23 jaar later bleek van niet.
Ik liep met moeders over de Kruiskade in Rotterdam, zoals we dat zo vaak deden. Slager, toko, boodschappen. Ik draag net een zak rijst van 20 kilo op m’n schouder als ik rechts een klein, kalend mannetje zie met een leren jas.
“Ma… volgens mij is dat Remy.”
“Verrek. Dat is ‘m.”
En ineens liep ik daar – met moeder én vader. Surrealistisch is een understatement.
“Hallo Oseno, ik ben je vader Remy.”
Mijn brein: Ok.
“Als je vragen hebt, stel ze gerust.”
We gingen wat drinken. Ik belde meteen mijn boys.
“Shanooo! Raad eens wie ik net op de Kade ben tegengekomen?! KOM NU!”
“Rastaaa (YMP)! Mijn pa is hier man, KOM SNEL!”
Ik zei weinig. Ik keek vooral. Naar hem, naar ma.
En toen dropte hij:
“Je bent een liefdeskind. Je moeder en ik hielden veel van elkaar, je was welkom.”
Maar mijn ooms hadden me een ander verhaal verteld. Dat hij twijfelde, dat ze hem moesten opzoeken om ‘m duidelijk te maken dat er niet gespeeld wordt met de grote zus.
Mijn antwoord: “Heb ik broers of zussen?”
“Zeker.”
Nog geen minuut later had ik m’n zus aan de lijn. En 24 uur later stonden we tegenover elkaar in een Surinaams café.
Dat gesprek voelde geforceerd. Remy zat erbij, de vibe was raar. Ze vertelde trots over haar zoon die gescout was door een profclub. Ik was vooral benieuwd naar de rest: nog een zus, bijna net zo oud als m’n ma, en twee broers. Dat voelde wél als winst.
Een week later dronken Remy en ik een biertje in Delfshaven. Hij was gepensioneerd docent Nederlands – wat toen saai klonk, maar inmiddels zelf VMBO-docent zijnde, snap ik het ergens.
Ik vertelde over mijn topsportverleden, misschien om ‘m te laten voelen wat hij gemist had. Hij leek onaangedaan.
Daarna geen contact meer.
Vier jaar later overleed hij aan kanker.
Zes maanden ziekbed, geen enkel bericht van mijn broers of zussen.
De avond voor zijn crematie kreeg ik een telefoontje van moeders:
“Je vader is overleden. Morgen is de crematie. Wil je gaan?”
Ik ging. Met Paloma.
Zwarte nagellak, all black fit – geen kleurrijke outfit, wel mijn statement.
Binnen voelde ik meteen de blikken. Ik kende niemand. Zocht naar een bekend gezicht.
De zus die mij ooit aan Remy koppelde? Gaf niet thuis.
De oudste zus? Ook stil.
Tot mijn broer opdook.
We zeiden weinig, maar hij betrok mij bij zijn gezin.
Zijn vrouw? Warm. Zijn zonen? Respectvol.
En zo stond ik daar.
Als zoon.
Als broer.

Wordt vervolgd..

Links: Moi, Rechts: Remy