Stiefvaders en nestel-drang.

Ja, ik moest er echt aan geloven: vanaf het einde van het tweede trimester, de nesteldrang. Ik heb nesteldrang al die tijd vanaf de zijlijn beoordeeld. “Dat overkomt ons niet zo zwaar, hier zijn we veel te nuchter voor.” En nog meer van die jazz. Nou, beste mensen: vanaf week 28 was het raak.
Het eerste wat me opviel, was dat er ineens vier keer per dag werd afgewassen. Nee, we hebben geen vaatwasser. Het afwassen werd vervolgens afgelost door stofzuigen. Dat gebeurde normaal ook wel, hoor, maar niet met deze intensiteit. Ik kreeg meteen een flashback naar vroeger: zondagochtend, wanneer mijn moeder op tijdstip 0 alle registers opentrok. En geloof mij, die Kärcher-stofzuiger maakt geen grappen om 07:30.


Terug naar 2025, waar in een rap tempo het huis werd omgegooid: eerst een deep cleaning (was achteraf gezien ook wel nodig), daarna het ombouwen van de kamers. Daarbij kwamen er elke dag ineens nieuwe behoeftes, lees: producten, bij. Dat trok ik niet meteen. Op een gegeven moment, wanneer je voor de tiende keer met vuilniszakken en gescheurd karton naar de container loopt, ga je toch nadenken of je er iets van gaat zeggen. Tuurlijk deed ik dat niet. Nou ja, ik maakte er grapjes over, maar mijn comic timing was niet altijd on point, zeg maar.


Het ding was: ondanks dat ik dacht dat we als gezin, ik als aanstaande vader, best oké voorbereid waren (er zijn boeken gelezen), moest ik echt geactiveerd worden om te gaan klussen. En klussen is nou net iets waar ik vroeger een klein trauma aan heb overgehouden.
Mijn stiefvader was namelijk een handige harry, een echte Bob de Bouwer. In de Maassluis-jaren, van mijn 8ste tot mijn 18e, was ik zijn rechterhand. Nu zou je denken: “Maar dat is toch juist handig, Oseno?” Klopt, handig is het wel. Maar de relatie die ik met mijn stiefvader had, was zo kut dat klussen altijd voelde als een marteling. Alles ging bij ons thuis met heftige tegenzin. Ik was altijd chagrijnig, mijn stiefvader ook. Mijn persoonlijkheid is zo dat als ik je niet mag, ik zeker niet met je wil klussen. Dus stond ik daar, als jonge tiener in de Formido, met een meetlint en een lijstje van verschillende soorten hout in verschillende maten.
Uiteindelijk hebben we in Maassluis het hele huis, behalve de keuken, zelf verbouwd. Dat heeft letterlijk tien jaar geduurd. Niet omdat we lui waren (oké, misschien soms een beetje), echter mijn moeder sportte fanatiek en ikzelf stond ook aardig vaak op de judomat, zes à zeven dagen in de week. En als je gezicht openligt, je lichaam uitgeput is van een veldslag van acht partijen en je nog net een derde plek wist te pakken, dan had ik écht geen zin meer in een lecture over een bovenfrees van Makita, Bosch of DeWalt. Echt niet. Het taalgebruik tijdens die “klussessies” was trouwens ook niet om over naar huis te schrijven. De godvers en kankers vloeiden rijkelijk. Deze manier van lesgeven en vaderen lag me totaal niet.


Enfin, nog steeds heb ik moeite met klussen. Vond ik er toen niks aan, nu moet ik ook steeds schakelen voordat er een klus uitgevoerd moet worden.
Tuurlijk, ik doe alles met liefde voor die kleine en voor mijn partner. Je hoort me ook niet écht klagen, en wanneer ik eenmaal bezig ben, ga ik lekker. Maar zodra het af is, hoop ik stiekem nog steeds dat ik vanaf dat moment niks meer hoef te doen.
Ik schrok eigenlijk best wel van hoe nesteldrang ervoor zorgde dat ik ineens weer werd geconfronteerd met mijn stiefvader en onze complexe relatie. Die zag ik niet aankomen. Daar zitten nog wel wat knopen, dus.


Wat zal er nog meer naar boven komen tijdens deze rit? Ik kan niet wachten 😉


Ik ben trouwens benieuwd hoe andere (aanstaande) vaders met nesteldrang of met stiefvaders omgaan. Ik heb zelf vrienden die inmiddels zelf stiefvader zijn , ook mooi. Als je ervoor openstaat om hierover te praten (kan natuurlijk ook anoniem), stuur me een DM of mail via info@vaderkunde.com.

Ty ❤